HOOFDSTUK 8 @BRK#De volgende dag gaf Cassandra een feestje in het park dat om het kasteel lag, zodat iedereen Maddie fatsoenlijk terug kon verwelkomen. Alle kasteelmedewerkers waren van de partij, net als de bewakers die geen dienst hadden. Verder kwamen veel bewoners van het dorp bij het kasteel haar begroeten. En ook edellieden en dorpelingen uit de wat minder nabije omgeving maakten voor de gelegenheid graag een tochtje naar kasteel Araluen. Menigeen had er zelfs een flinke wandeling voor over om erbij te kunnen zijn, maar niemand werd teleurgesteld. Er waren enorme kookplaatsen klaargemaakt, vol smeulende kolen, met daarboven lammeren, zwijnen en stukken rund aan het spit. Gespierde, zwetende mensen uit de keukens draaiden het vlees langzaam rond, slechts af en toe onderbroken als een van de leerlingen uit de keuken een laagje knapperend geroosterd vlees van de karkassen afsneed. Een paar meter verderop stonden allerlei goudbruine schotels uit de ovens op lange planken klaar om te worden opgegeten. In aparte stalletjes werd fruit aangeboden, en voor degenen die meer trek in zoetigheid hadden was er keus uit een keur aan bijzondere nagerechten. Om de gezamenlijke dorst te lessen stonden er grote vaten wijn en bier op lange tafels. Voor de jongeren was er met suiker gezoet citroenwater. De kinderen uit het dorp kregen dat niet vaak, en ze lieten zich dan ook graag keer op keer bijschenken. Er was ook allerlei amusement in de vorm van jongleurs, acrobaten, troubadours en musici, die op gepaste afstand van elkaar hun kunsten vertoonden. En natuurlijk waren er nog tal van kleinere evenementen waar gasten hun vaardigheden konden beproeven. Zo was er een stalletje voor ringwerpen, waar het een oplettende kijker misschien wel zou zijn opgevallen dat de ringen kleiner waren dan de prijzen waar ze omheen moesten worden gegooid. In een vat vol water dreven appels die degene die ze er met zijn mond uit wist te vissen zelf mocht opeten. Proestend en hoestend stak de een na de ander zijn hoofd in de ton, maar er slaagde maar zelden iemand in om zo’n dobberende appel tussen zijn kaken te klemmen; wel kwam iedereen steevast drijfnat weer boven water. De jonge mannen uit het dorp konden hun krachten meten met een kolossale en helemaal kale man, die slechts een lendendoekje met luipaardprint droeg. De een na de ander nam tegenover de man plaats voor een partijtje armworstelen. De kale kolos had ervaring in het spelletje. Zijn timing was nog beter dan zijn brute kracht, waardoor hij steeds precies het juiste moment vond om de andere arm plat te leggen. Hij verloor maar zelden. In een tent werd voor de kleintjes een schaamteloos gewelddadige poppenvoorstelling gehouden. De kinderen gilden het uit – meestal van het lachen, een enkele keer van de schrik – toen Katrijn haar ongelukkige echtgenoot Jan Klaassen bewerkte met een knuppel, die bij elke klap zo hard kraakte dat hij doormidden leek te breken. Er klonk ook gegil uit een tent waar wat oudere kinderen geblinddoekt op een kleurrijke tekening een staart op een ezel moesten prikken. De deelnemers vonden het het leukst om onder hun blinddoek door te gluren en de spijker waarmee ze de staart moesten vastprikken in het achterwerk van de man die de ezel begeleidde te steken. Eén deelnemer ging nog een stapje verder en stak de spijker in de billen van de uitbater van het stalletje. Dat leidde tot een hoop vrolijk gegil, plus een wat minder vrolijke kreet van het onfortuinlijke slachtoffer. Tot de vele bezoekende edelen en landheren behoorde ook Gerald Wolden uit Tonnerbrug. Arnaut pikte hem er al snel uit en begroette de oudere ridder allerhartelijkst. ‘Gerald,’ zei hij, ‘ik ben je veel dank verschuldigd voor de hulp die je mijn dochter hebt geboden.’ Gerald had net een flinke hap van een dampend hete soufflé genomen. Hij stak verontschuldigend zijn hand op en probeerde verwoed zijn mond leeg te maken. De soufflé was daar nog veel te warm voor en dus verbrandde hij zijn tong en zijn verhemelte. En na het doorslikken voelde het ook niet echt fijn in zijn keel en zijn slokdarm. Om de boel te blussen nam hij gauw een stevige teug uit de bierpul die hij in zijn linkerhand hield. ‘Neemt u me niet kwalijk, heer!’ mompelde hij, terwijl hij zijn mond met de rug van zijn hand schoonveegde. Arnaut glimlachte en wachtte geduldig. Het was absoluut niet zijn bedoeling om de oudere ridder in verlegenheid te brengen. ‘Neem alle tijd, Gerald. We hebben geen haast,’ stelde hij hem gerust. Gerald nam nog een slok bier om zijn verschroeide binnenste wat af te koelen en boog daarna ter begroeting van Arnaut zijn hoofd licht naar voren. ‘Wat ik wilde zeggen, heer, was dat ik blij was dat ik prinses Madelyn heb kunnen helpen,’ wist hij uiteindelijk uit te brengen. Arnaut gaf hem nog even de tijd voordat hij reageerde. ‘Is het misschien een idee,’ zei hij toen, ‘als ik een paar mensen naar jullie toe stuur om die struikrovers hierheen over te brengen? Ik wil niet dat jullie er overlast van ondervinden.’ ‘Ze bezorgen ons absoluut geen overlast, heer. We kunnen hun diensten goed gebruiken. Er moet in en om ons dorp allerlei zware arbeid worden verricht, en daar zijn ze heel geschikt voor. Mijn mensen zijn blij dat we ze hebben. Ze hebben vanochtend nog de beerput bij de herberg schoongemaakt. Dat was al een tijdje niet meer gebeurd en iedereen was blij dat we daar nu een paar mannetjes voor hadden.’ Arnaut was blij met de manier waarop Maddie de straffen voor de struikrovers in goede banen had geleid. Het was voor iedereen beter dat de mannen een tijdje wat zware arbeid in de omgeving verrichtten dan dat er drastische straffen als ophanging of het afhakken van een hand werden uitgedeeld. ‘Uitstekend,’ zei hij, ‘maar laat het me vooral weten als jullie last van ze beginnen te krijgen – of als alle beerputten in het dorp schoongemaakt zijn.’ ‘Dat zal ik doen, heer,’ antwoordde Gerald. Hij nam nog een hap van zijn soufflé, die inmiddels wel voldoende was afgekoeld om verder van te kunnen eten. Arnaut legde een hand op de arm van zijn gesprekspartner. ‘Je hoeft me geen heer te noemen hoor, Gerald,’ zei hij. ‘Ik ben niks bijzonders, gewoon een ridder, net als jij. Spreek me maar gewoon bij mijn naam aan.’ Arnaut had een broertje dood aan rangen en standen. Verheven titels zeiden hem niets, zeker als degene met zo’n titel er eigenlijk niks voor had gedaan. Gerald knikte verschillende keren. ‘Jawel, he…, jawel, Arnaut,’ stamelde hij onwennig. Hij vond het maar moeilijk te geloven dat de man die met de toekomstige koningin was getrouwd afzag van het gebruik van titels en versierselen, hoewel hij al vaker had gehoord dat heer Arnaut diep vanbinnen vond dat iedereen gelijk was. Maar hoe gelijk iedereen ook was, hij was wel de gevaarlijkste ridder van het hele koninkrijk. Arnaut knikte en wandelde weer verder. Ergens in de menigte had hij Maddie gezien, op weg naar het schuttersveld aan de voet van de helling. Daar was voldoende ruimte om de bezoekers hun boogschutterskwaliteiten te laten testen. Maddie had de beheerder van het schuttersterrein een muntje van vijf penning betaald voor drie schoten, en nu bekeek ze kritisch de verschillende pijlen en bogen waaruit ze kon kiezen. De meeste bogen waren flink verdraaid en leken op het wapen waarmee de struikrover haar gisteren had bedreigd. Aan de achterkant van de pijlen zaten hooguit twee veertjes en het hout was ook bepaald niet recht. De meeste mensen die betaalden om te mogen schieten merkten het niet eens. Ze hadden uitsluitend aandacht voor alle prijzen die ze met een mooie score konden winnen. Bogen plonkten en pijlen vlogen voorbij doelen op hooguit dertig meter afstand. Veel van de pijlen begonnen onderweg te draaien en belandden dan in de hooibalen die de gemiste projectielen moesten opvangen. Anderen doken na luttele meters al naar beneden en kwamen halverwege in de aarde vast te zitten. Het getrouwde stel van wie de schietbaan was, was uitermate tevreden over de gang van zaken. Geen enkele serieuze boogschutter haalde het in zijn hoofd om met dit flutmateriaal te gaan schieten, dus degenen die het wel probeerden hadden wel veel belangstelling voor de prijzen, maar konden niet schieten. Maddie koos een min of meer uitgebalanceerde boog, waarbij het onderstuk maar een klein beetje verdraaid was. Ze bekeek de pijlen en koos er drie die redelijk recht waren en waar nog voldoende veren aan zaten. Ze voelde even hoe strak de pees van de boog gespannen stond. Veel kracht zou ze er niet mee kunnen zetten. Ze zou in een tamelijk hoge boog moeten schieten om het doelwit te raken. ‘Met drie pijlen in de rode cirkel hebt u prijs, dame,’ zei de vrouw van de schietbaan. De rode cirkel was de roos in het midden van de schietschijf. ‘Niet gaan lopen uitsloven,’ zei een stem vlak naast haar. Ze draaide zich om en keek recht in het gezicht van haar vader. ‘Vergeet niet dat je een hulpeloos meisje bent, geen getrainde schutter,’ ging hij verder. Ze glimlachte. En vrijwel zonder te mikken haalde ze in één vloeiende beweging de pees achteruit en vuurde ze haar pijl af. De pijl plofte precies in het hart van de roos. ‘Ooooh! Die was raak! Ik heb de roos geraakt,’ gilde ze op een toon waarvan zij dacht dat die op meisjesachtige opwinding leek. Ze liet de boog vallen en klapte in haar handen. Arnaut rolde met zijn ogen. ‘Aanstelster,’ zei hij zachtjes. Ze grijnsde en pakte haar tweede pijl. Ze merkte dat de beheerder van de schietbaan het door haar uitgekozen exemplaar had vervangen door een pijl die zo krom als een hoepel was. Ze legde de achterkant ervan tegen de pees en trok hem met duim en wijsvinger achteruit. Ze bewoog haar andere hand onvast heen en weer, alsof ze de boog nauwelijks kon houden, concentreerde zich en mikte op de roos. Ze wist wel zeker dat ze die met dit materiaal niet ging raken. Ze liet los. De pijl floepte weg, draaide in de lucht een paar keer om zijn as en verdween rechts van de schietschijf, met de kop vooruit in de strobalen erachter. ‘Oooh, helemaal mis!’ riep ze teleurgesteld uit. Arnaut rolde weer met zijn ogen. ‘Is er ook een prijs voor het raken van de strobalen?’ vroeg ze hoopvol. ‘Drie pijlen in de rode cirkel juffrouw, dat levert een prijs op,’ legde de vrouw van de schietbaan onverstoorbaar uit. Intussen stak haar man stiekem zijn hand naar de derde pijl uit, die hij ook voor een wat krommere wilde vervangen. Alsof ze niets in de gaten had pakte Maddie de rechte pijl op. Net voordat de man hem kon weghalen, legde ze hem op haar boog en vuurde hem af. Dit keer belandde de pijl weer precies in de rode cirkel – van het doelwit naast het hare. Ze draaide zich glimlachend naar de schietbaanhouder. ‘Krijg ik daar nog iets voor?’ vroeg ze. Hij schudde zijn hoofd. ‘Drie pijlen in je eigen rode cirkel juffrouw,’ zei hij en hij hield haar drie andere pijlen voor. ‘Nog een keer proberen?’ Ze sloeg het aanbod af. ‘Ik denk dat het beginnersgeluk was,’ zei ze met een zoetgevooisde stem. ‘En die pijlen lijken me behoorlijk gevaarlijk!’ Naast zich hoorde ze Arnaut kreunen. Ze wierp hem een samenzweerderige grijns toe en even later liepen ze arm in arm weg, de heuvel op, naar het kasteel toe. De zon begon alweer te zakken en de schaduwen werden geleidelijk langer. Het voelde ook al wat frisser aan dan eerder op de dag. ‘Heb je het naar je zin?’ vroeg hij. Ze knikte. ‘Ja. Het is fijn om iedereen terug te zien. Ik heb veel van die gezichten erg gemist.’ Ze keek eens om zich heen naar de drukte in het park, en ze glimlachte blij. Ze wist dat het kasteelleven en haar rol daarin haar over een paar dagen tegen zou gaan staan. Dat ze dan weer naar haar vrijheid en de actie van het leven als Grijze Jager zou gaan verlangen, maar voor nu was ze tevreden. ‘Je wekte de indruk eerder met pijl-en-boog te hebben geschoten,’ hoorde ze een stem achter haar zeggen. Ze draaide zich om en was blij verrast bij het zien van de spreker. Hij was halverwege de twintig, lang en slank, en hij had brede schouders. Hij was gladgeschoren, had een stoere kaaklijn, een rechte neus en sprankelend witte tanden – die ze goed kon zien omdat hij glimlachte. Het was ontegenzeggelijk een erg knappe man. Hij had donkerblond haar, dat iets korter dan gebruikelijk was geknipt. In zijn staalblauwe ogen zat een ondeugende twinkeling. Vooral dat laatste maakte hem erg aantrekkelijk, besefte Maddie. De man was gekleed in het uniform van de paleiswacht, en uit de zilverkleurige insignes op zijn rechterschouder maakte ze op dat hij kapitein was. Ze mocht hem onmiddellijk. ‘Dat was gewoon geluk, hoor,’ zei ze, zijn glimlach beantwoordend. ‘Beginnersgeluk.’ Hij hield zijn hoofd een beetje scheef en ze zag in zijn ogen dat hij er niets van geloofde, maar dat hij besloot haar toneelstukje niet te verstoren. ‘Zoals je wilt.’ Hij knikte respectvol naar Arnaut. ‘Goedemiddag, heer Arnaut,’ zei hij. ‘Ik neem aan dat dit de prinses Madelyn is op wie we allemaal hebben gewacht?’ ‘Goedemiddag Dimon,’ antwoordde Arnaut. ‘Ja, dit is Madelyn. Maddie, dit is Dimon, een van onze betere wachters. Dimon, dit is prinses Madelyn.’ Dimon ging rechtop staan en begroette haar met een kort hoofdknikje. Maddie was blij dat hij geen diepe buiging voor haar maakte, met zijn ene been naar voren en het andere een halve cirkel door de lucht makend. Dat soort overdreven buigingen vertrouwde ze nooit helemaal. ‘Heel aangenaam kennis met u te maken, hoogheid,’ zei hij. De twinkeling in zijn ogen was geen moment verdwenen, alsof hij een of ander vrolijk geheim met haar deelde. Hij gedroeg zich vriendelijk, maar toonde voldoende respect. Hij was door haar koninklijke positie noch door die van haar vader uit het veld geslagen, en dat vond ze fijn. Dimon was duidelijk een man die vertrouwen in zijn eigen vaardigheden had. ‘Noem me maar Maddie,’ zei ze, terwijl ze zelf ook even haar hoofd scheef hield. ‘Dat doen al mijn vrienden.’ ‘Ik ben blij dat je mij daar blijkbaar ook toe rekent,’ zei hij. ‘Ik hoop je vaker te spreken zolang je op het kasteel bent.’ ‘Dat gaat vast wel gebeuren,’ antwoordde Maddie. Arnaut had de twee al die tijd aandachtig gadegeslagen. Er was duidelijk sprake van wederzijdse aantrekkingskracht. Het verbaasde hem niet. Ze waren allebei jong en knap. Hij voelde wel een scheut vaderlijke beschermdrift. Hij had nog niet eerder te maken gehad met Maddie in combinatie met jongens. Het was een nieuwe ervaring voor hem. ‘Misschien kun je een keer met Dimon gaan jagen als ik op pad ben,’ zei hij. ‘Daar maak ik graag tijd voor vrij,’ antwoordde de jonge kapitein. ‘Ik zou je graag nog eens zien schieten – misschien zelfs met een fatsoenlijke boog.’ ‘Dat eerste schot was echt puur geluk,’ zei ze. ‘Mijn favoriete wapen is eigenlijk een slinger.’ Dimon knikte en dacht even na. ‘Net als je moeder,’ zei hij toen. ‘Ik heb begrepen dat zij er heel handig mee is.’ ‘Maar ik ben beter,’ floepte Maddie er zonder nadenken uit. ‘Tja, ik heb ook meer tijd om te oefenen, hè. Ik hoef geen koninkrijk te besturen.’ ‘Ik wil graag een keer zien wat je kan,’ zei Dimon. Hij keek naar Arnaut. ‘Neem me niet kwalijk, heer. Ik heb om vier uur dienst, dus ik moet nodig terug naar het kasteel. Prinses Maddie, we zien elkaar vast gauw weer.’ ‘Ik verheug me erop,’ antwoordde Maddie. Dimon draaide zich om en liep in de richting van het kasteel. Maddie keek naar haar vader en zag dat hij er enigszins verward bij stond. ‘Aardige man,’ zei ze. ‘Waar komt hij vandaan? Ik heb hem geloof ik nog nooit gezien.’ ‘Hij is een maand of zes geleden bij ons gekomen,’ antwoordde Arnaut. ‘Hij is heel goed. Hij is al twee keer in rang bevorderd.’ ‘Gaat hij met Gilan en jou mee?’ ‘Nee,’ antwoordde haar vader. ‘Hij blijft hier en zal het commando over het garnizoen voeren.’ Maddie begon te stralen. ‘Uitstekend,’ zei ze.